Geschiedenis van de Spoorwegen
Periode 1840 - 1860 Periode 1860 - 1880 Periode 1900 - 1920 Periode 1920 - 1940 Periode 1940 - 1960 Periode 1960 - 1980 Periode 1980 - 2000 Periode 2000 - heden

Periode 1880 - 1900


Trein rond 1890

Worstelen met de marktordening

Als bedrijven met elkaar concurreren kan de klant kiezen. Bedrijven worden daardoor gestimuleerd hun best te doen en de klant weet dat hij waar voor zijn geld krijgt. Zo luidt het algemene principe waarmee wij onze economie geordend hebben en zo hebben we het ook voor de spoorwegen willen regelen.

Maar bij spoorwegen liep men tegen dilemma's aan:

  • er is een groot aantal relaties, om die allemaal te bedienen heb je een netwerk nodig;
  • er is een grote mate van samenhang tussen exploitatie en infrastructuur;
  • spoorweginfrastructuur is uitermate kostbaar.


Figuur: "Hoe de regering zich een gezonde concurrentie voorstelt"
(De Nederlandsche Spectator 1890)

 

Met als consequentie dat concurrentie moeizaam van de grond kwam en de reiziger klaagde over de gebrekkige samenhang in het netwerk.

Dit betekent niet dat concurrentie bij spoorwegen onmogelijk is. In Engeland functioneerde concurrentie, met deels overlappende netwerken zodat de reizigers op belangrijke relaties inderdaad uit meerdere maatschappijen konden kiezen. Consequentie was uiteraard wel het bestaan van parallelle spoorlijnen zodat een zeer grote infrastructuurlengte bestond die moest worden aangelegd, onderhouden en geŽxploiteerd.
In Duitsland was een principieel andere keuze gemaakt, hier zag men spoorwegen als staatsaangelegenheid. De verschillende koninkrijken waaruit het Duitse keizerrijk was opgebouwd hadden elk een koninklijk spoorwegnet, waarbinnen de samenhang gegarandeerd was.

In Nederland was rond 1880 duidelijk dat de toenmalige ordening van de spoorwegen in ieder geval niet werkte. Er waren voorstanders van staatsexploitatie en tegenstanders. Er werd veel gesproken en weinig gedaan totdat in 1890 werd besloten tot een herindeling van de spoorwegen op basis van het Engelse model:
De spoorwegen werden verdeeld over de twee grote maatschappijen, S.S. en H.S.M., zodanig dat deze tegen elkaar opgewassen zouden zijn en op belangrijke relaties concurrentie bestond. Om dat laatste mogelijk te maken moesten de maatschappijen op die delen van het net waar geen parallelle infrastructuur bestond medegebruik van elkaars lijnen toestaan.
De op dat moment kwakkelende N.R.S. werd opgeheven, de lijn ging over naar S.S. en het materieel werd verdeeld. De N.C.S. bleef in naam bestaan maar werd eigendom van S.S. De N.B.D.S. mocht nog even voortbestaan omdat niemand het er voor over had de aandeelhouders uit te kopen.

Lees verder: periode 1900-1920

 

 

gemaakt door:

Berend Schotanus
03 June 2005